
Voorzitter RET Drenthe
Rianne Duursma
06 – 42 28 35 67
De Experttafel (ET) wordt ingezet ná triage, wanneer in de wekelijkse triagebijeenkomst is vastgesteld dat een casus vraagt om een breed multidisciplinair overleg en een doorbraakgericht advies. De triage gebeurt op basis van een Verklarende Analyse (VA) en leidt tot een keuze voor een passend vervolg: inzet van het RST, ROP, RO3, MDA++, óf bespreking in de Experttafel.
Een gedeelde en gedragen Verklarende Analyse is een belangrijke voorwaarde om een casus in triage te bespreken. Als de VA nog niet voldoende op orde is, kan de aanmelder hierbij ondersteuning krijgen via de VA-poule. De verantwoordelijkheid voor de casus en het beeld blijft daarbij altijd bij de regiehouder/aanmelder; de VA-poule ondersteunt en denkt mee, maar neemt het niet over.
Wanneer de triage uitwijst dat de Experttafel passend is, wordt de casus ingepland en voorbereid. Het streven is om uiterlijk drie tot vier werken na de triage de Experttafel te organiseren. In de Experttafel brengen professionals uit verschillende organisaties en domeinen hun expertise bij elkaar om de stagnatie te doorbreken en te komen tot een zorgvuldig, uitvoerbaar en zwaarwegend advies. Daarbij wordt gekeken naar wat er al is geprobeerd, waar het vastloopt, welke risico’s en veiligheidsaspecten meespelen en wat nodig is om weer duurzaam perspectief te creëren voor de jongere en het gezin.
Het advies uit de Experttafel wordt duidelijk teruggekoppeld aan de regiehouder en betrokken partijen en vastgelegd in een verslag. De regiehouder blijft eigenaar van de casus en verantwoordelijk voor de uitvoering. Waar nodig loopt de voorzitter van het RET tijdelijk mee om te ondersteunen bij het realiseren van de vervolgstappen en om belemmeringen in het proces te helpen oplossen. Ongeveer zes weken na de Experttafel vindt een follow-upmoment plaats om te bespreken of het lukt het advies in praktijk te brengen en of aanvullende afstemming nodig is.
De betrokkenheid van het RET wordt afgesloten wanneer het advies is opgepakt, de hulpverlening voldoende op gang is en het RET geen toegevoegde waarde meer heeft. Als de casus later opnieuw vastloopt, kan opnieuw worden bekeken of inzet van het RET passend is.